Reisverslag Britisch Columbia & Alberta inclusief Inside Passage

De Route

Start:                                    Vancouver Int. Airport
Einde:                                   Vancouver Int. Airport
Vast aantal kilometers:          3.903
Gereden aantal kilometers:    4.000

Van

Naar

Afstand in km

Vancouver, BC

Victoria. BC

109

Victoria

Tofino, BC

316

Tofino, BC

Campbell River, BC

270

Campbell River, BC

Port Hardy, BC

229

Port Hardy, BC

Prince Rupert, BC

0

Prince Rupert, BC

Smithers, BC

348

Smithers, BC

Prince George, BC

371

Prince George, BV

Clearwater, BC

502

Clearwater, BC

Jasper, AB

352

Jasper, AB

Lake Louise, AB

 242

Lake Louise, AB

Nelson, BC

493

Nelson, BC

Manning Park, BC

442

Manning Park, BC

Vancouver, BC

229

 

Totaal 21 dagen 

3.903

 

Vrijdag 11 September 1998

Vandaag vertrekken wij met de KLM naar Vancouver voor onze herfsttrip.
Onze vlucht vertrekt om 17.45u en zal lokale tijd aankomen om 6.15u pm.
Na aankomst op Vancouver International Airport halen we onze auto bij Alamo, waar een GMC Jimmy voor ons klaarstaat
Als alle papieren rompslomp achter de rug is, gaan we op weg naar Tsawwassen, ten zuiden van Vancouver, om daar de Ferry te pakken naar Vancouver Island. De afstand naar Tsawwassen is een klein 30 km.
De boot moet je reserveren anders kan je wel is naast de overnacht zitten. Dit kan op de BC Ferries website

De boot vertrekt om 8u pm en de overtocht duurt ongeveer 1.35u, bij aankomst in Schwarz Bay moeten we nog 80 km naar de hoofdstad van Vancouver Island, Victoria, waar we onze eerste overnachting zullen hebben.

Zaterdag 12 september 1998

Deze ochtend willen we even rondkijken in Victoria, helaas hebben we niet overdreven veel tijd omdat ne nog iets meer dan 300 m moeten afleggen on in Tofino te komen, waar we zullen overnachten. We hopen hier zeeleeuwen te zien en misschien een verdwaalde walvis.

Verder richting onze eindbestemming komen we via Port Albani, deze plaats ligt al aan de kust ondanks dat het midden het eiland, aan een diepe fjord van 50 km.

Vanaf Port Albani moeten we nog zo’n 85 km over een stevig slingerende weg, dus redelijk pittig stuk.

Op weg naar Tofino brengen we een bezoek aan Cathedral Grove in het MacMillan Provincial Park, waar de grootste Douglassparren  van het eiland staan een hoogte hebben van 70 meter en 800 jaar oud zijn en tussen deze enorme sparren staan machtige Cedarbomen.

Vlakbij ons overnachtingsadres ligt het Pacific Rim National Park. Dit park bestaat eigenlijk uit 3 delen:
in het zuiden ligt de West Coast Trail, een 75 km lange wandelweg,
ten noorden liggen de Broken Group Island een eldorado voor kajak tochten,
vlak hierbij ligt Long Beach, voor de kust kun je grijze walvissen, otters en zeewieren aantreffen en op de rotsen in het tijdengebied kleven rode en paarse zeesterren en lopen de krabben rond.

Ons hotel is een prima locatie om nog even een strandwandeling te maken voor het eten.

Zondag 13 september 1998

Van Tofino gaan we dezelfde weg terug naar de andere kant van het eiland, en dan naar het Noorden naar Campbell River.

Pas vanaf Qualicum Beach zal onze reis gaan veranderen, dan rijden we langs de kust van de Strait of Georgia.
Vanaf hier wordt de natuur ook ruiger.

In de lodge die we gekozen hebben zullen we 2 nachten blijven, om vanuit hier een paar tochtjes te gaan maken.

Maandag 14 september 1998

Niet gepland maar toch gedaan, een eco adventure tour, met een zodiak orderbegeleiding van Jack.

Op zoek naar dolfijnen, zeehonden, beren en misschien orka’s.
Het is helaas bij een paar zeehonden gebleven maar de toch was de moeite waard, we weten nu in ieder geval waar Bill Gates zijn feestjes organiseert.

 

Dinsdag 15 september 1998

Van Campbell River naar Port Hardy.

Onderweg komen we de ene houthakkersplek na de andere tegen, hout sorteerinrichtingen ed. Het is ongelooflijk dat de mens zoveel schade kan/mag aanrichten.

Om 1.30 pm moeten we in ieder geval in Telegraph Cove zijn, waar we om 2.30 pm aan boord gaan van een schip genaamd de Gikumi om orka’s te kijken, nou dat zal wel een avontuur worden met die grote beesten en nou maar hopen dat we ze zien ook.

Voor we aan boord gaan komen er een hoop mopperende mensen van board af, geen orka’s gezien, de mensen van de organisatie hebben al in geen dagen orka’s gezien. Hebben wij weer, zal je net zien.
Aan boord van een 17 meter lange boot zullen we rustig vertrekken naar de Johnstone Strait, voor de noordkust van het  eiland, deze plek staat bekend omdat de orka’s daar heen trekken zodat zij hun huid langs de zandplaten kunnen schuren.

De tocht zal tussen de 3 en 5 uur duren.
Na ongeveer ¾ uur zien we onze eerste orka’s, wat een vreselijk mooi gezicht. Dus toch mazzel.

’s Avonds in Port Hardy overnachten we in de Glen Lyon Inn, dit wat niet het hotel wat we hadden geboekt want die had onze kamer weggegeven om 7 pm en dat we gebeld hadden dat we later waren. Gelukkig nog wel de Glen Lyon gevonden anders had het nachtje in de auto geworden

Woensdag 16 september 1998

Vandaag moeten we vroeg op, want we moeten ons om 6.30 am melden bij de ferry, die ons zal vervoeren van Port Hardy naar Prince Rupert, via de Inside Passage.
Deze zal om 7.30 am vertrekken en om 10.30 pm aankomen, wat een tocht van 15u varen inhoudt.

Gelukkig hebben we goed weer en kunnen we lekker de hele dag buiten op het dek zitten.
Land de route staan enorme regenwouden, met Douglas sparren, Sitka dennen en hele dikke ceders.

Hemelsbreed is de afstand slecht 800 km, maar de werkelijke lengte is zo’n 20.000 km lang.
Twee keer zullen we in aanraking komen met open zee, bij Queens Sound en Milbanke Sound, ongetwijfeld gaan we dit merken.

Onderweg zullen we langs het plaatsje Bella Bella of zoals het ook wel wordt genoemd Waslisla  varen, dit is een klein indianendorp met een vissershaven en een houtzagerij en één van de weinige nederzettingen langs de westkust.  Er wonen 1.400 mensen en is de grootste plaats langs de Central Coast.

Bij Grenville Channel vaart het schip door een zee-engte van 70 km en is zo smal dat het lijkt of je bossen kunt aanraken.

Het is een mooie en lange tocht, die we zeker kunnen aanraden.

Donderdag 17 september 1998

Van Prince Rupert gaan we naar Smithers, deze plaats heeft de bijnaam “Klein Zwitserland”, naar onze mening een beetje overdreven, een aardig plaatsje als tussenstop maar meer is het ook niet.
We rijden langs 2 rivieren, Skeena en Bulkley River. Dit is oud indianengebied, vooral in de Bulkley River wordt in de maanden juli en augustus veel zalm gevangen.



Vrijdag 18 september 1998

Onze route gaat vandaag door naar Prince George. Helaas geen mooi weer, maar is niet heel erg want de weg is saai.
De stop is puur gekozen als tussenstop meer niet

Zaterdag 19 september 1998

Vandaag een lange rit voor de boeg naar Clearwater. Via de Cariboo Highway passeren we plaatsen als Quesnel (uitgesproken als Kwinell), Williams Lake en 100 Mile House.
Even voorbij 100 Mile House ligt 93 Mile House, in dit plaatsje gaan we links af Highway 24 op. Oppassen dat je deze afslag niet mist want dat gaat je heel veel meer kilometers kosten.
Deze doorsteek is een weg van 100 kilometer met verlaten meren en groene bergen, zorg in ieder geval dat je tank vol is want benzine is er onderweg niet. Aan het einde van de weg ligt Little Fort en van daaruit is het nog een stuk naar Clearwater.

We hebben gekozen om te overnachten aan de ingang van het Wells Gray Provincial Park en niet in Clearwater zelf.

Zondag 20 september 1998

Wells Gray Provincial Park is puur natuur en zeker de moeite waard om een paar nachten te blijven. Het geeft je dan de mogelijkheid om het park te doorkruizen. Een onvervalst wildernis met mooie watervallen, zoals de Helmcken Falls.
De Helmcken Waterval ligt in de Murtle rivier. De waterval valt op een hoogte 141 meter van het Murtleplateau naar beneden, waarmee de waterval de vierde hoogste van Canada is. Het streven om de waterval te beschermen was een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van het beboste natuurpark, dat een onderkomen biedt voor onder meer de zwarte beer. Een andere factor is de vulkanische ondergrond. En is vernoemd naar de arts John Sebastian Helmcken

Als je tijd genoeg hebt kun je ook een zandweg nemen, deze weg loop helemaal tot achterin het park, waar je zalig kunt picknicken en kanovaren. Onderweg kom je genoeg mogelijkheden tegen om te wandelen. Ga niet alleen want er zitten hier behoorlijk wat beren.

Onderweg kom je ook een plek tegen. Bailey’s Cute, waar je de zalm trek kunt zien. September is een perfecte maand daarvoor

Bij de Helmcken Falls Lodge kun je golfen en paardrijden. De Lodge is redelijk basic maar de locatie en de mensen maken het tot een ervaring. Mocht je er willen dineren is reserveren wel een pre zelfs als je er slaapt. Restaurant is namelijk redelijk klein.

Maandag 21 september 1998

Vandaag door naar Jasper National Park, waar we zullen overnachten in een Cabin bij Jasper
Een niet overdreven mooie route dus je kunt lekker opschieten. Even voorbij Tête Jaune Cache ligt de machtige berg Mount Robson, de hoogste berg van de Canadese Rockies.
Als het weer goed is, heb je de kans om de top van de berg te zien, maar dit is helaas niet altijd mogelijk door de hoogte van de berg.
Wij hebben mazzel vandaag.

Als je op het hoogste punt bent van de Yellowhead Pass, passeer je de tijdzone naar Mountain Time, dus verliezen we hier een uur.

Aangekomen in Jasper gaan inchecken voor de komende 2 nachten. De accommodatie is gelegen op de kruising van de Miete Rivier en de Athabasca Rivier en geeft een mooi uitzicht. Er zijn Adirondack stoelen neergezet voor de liefhebber.

Jasper staat bekent om zijn enorme populatie herten, je kunt ze op alle plekken tegenkomen, bij het winkelen midden in het dorp, aan de rand van de weg of op het eilandje wat in de rivier ligt.
In de periode dat wij er nu zijn is het de bronststijd of het paarseizoen dus opgepast want ze zijn behoorlijk agressief in deze tijd en ’s nachts ook niet al te prettig als ze vlak naast je hutje staan te burlen of de geweien tegen elkaar meppen.
Maar het is wel een belevenis

Dinsdag 22 september 1998

Een heerlijke dag voor de boeg, eerst even lekker naar de supermarkt om onze picknickmand te vullen.

Daarna op pad naar Maligny Lake, onderweg kom je de nodige berggeiten tegen, en als je geluk hebt ook nog de enorme bighorn schapen en de wapiti herten.

Bij Maligny Lake aangekomen i n de rij om een kaartje te bemachtigen voor de boottocht over het meer naar het mooiste puntje, beter bekend als Spirit Island.
Dit eiland trekt jaarlijks vele kunstenaars aan. Het uitzicht is dan ook zeer de moeite waard. Als je een verrekijker meegenomen hebt, kun je randen van het meer afspeuren naar elanden, wel gezien maar veels te ver bij ons vandaan. Op de hellingen van de bergen kun je in het voor en najaar de grizzly beer zien.
Na de boottocht terug richting Jasper maar rijden dan nog door naar Mount Edith Cavell. Een gletsjer gelegen hoog boven Jasper, zeer de moeite waard. De weg ernaar toe is behoorlijk aangetast door de lange strenge winters.

Woensdag 23 september 1998

Vandaag over de mooiste snelweg van Canada, De Columbia Icefield Parkway met een lengte van 230km en doorkruist Jasper National Park naar Banff National Park.

Onderweg genoeg mooie plekjes om te picknicken dus op naar de supermarkt.
Op weg naar Lake Lousie kun je een stop maken bij de Athabasca Falls en  Sunwapta Falls en Stuttfield Glacier voor je op het hoogste punt van de Columbia Icefield Parkway bereikt: DE COLUMBIA ICEFIELDS

Hier kun je een toch maken met een bus die staat op gigantische rupsbanden. De bus brengt je naar de icefields en daar kun je de bus uit om zelf op de enorme gletsjer te staan. Erg toeristisch maar leuk om te doen.
Door naar Lake Louise waar we zullen overnachten aan de Bow Valley Parkway, dus iets buiten Lake Louise en midden in de bossen.

Donderdag 24 september 1998

Van Lake Louise naar Nelson.

Dit doen we via Kootenay National Park, helaas een beetje miezerig vandaag. Dus de dag lokt niet echt om ff uit de auto te springen en helaas is het dierengehalte ook aan de lage kant.

Hebben wel mazzel vlak voor we Kootenay National Park verlaten en zien we een zwarte beer aan de rand van de weg en dat is toch wel een bekroning op de dag.
Via Radium Hot Springs naar Kimberley, dit plaatsje staat bekend als het “Beierse Dorp”, hier bevinden zich allerlei restaurants en Bierhutte a la Beieren inclusief Wurst und Sauerkraut.

Door het slechte weer waren we erg vroeg  Kimberly en besluiten door de rijden via de oude Timberroad door de Purcell Mountains.
Deze weg loopt dwars door de bergen en is een houthakkers weg zonder bewijzering wat het een beetje lastig maakte.

Dit was alleen mogelijk omdat we weer een uur tijdwinst omdat we teruggaan naar Pacific Time.

Vrijdag 25 september 1998

Doordat we gisteren de hele route hebben omgegooid, besluiten we om onze laatste overnachting op bekend terrein door te brengen.

Van Nelson gaan we via de Sunshine Valley naar Manning National Park, hier hebben we in 1995 niet zo’n heel best weer gehad en ook nu zit het ons weer tegen

Zaterdag 26 september 1998

Vandaag  dus wel mooi weer. We gaan even een tochtje maken naar een punt hooggelegen boven Manning Park, dit om foto’s te maken wat we in 1995 niet konden doen omdat we ons fototoestel hadden vergeten.

Daarna gaan we richting Vancouver International Airport om onze vlucht te pakken van 5 pm

Met vriendelijke groet,

Hedy Talens